27 juli 2022

Les 3: dominantie theorie

Een andere kijk op leiderschap

Achterhaalde dominantietheorie

De omgang met onze honden wordt nog maar al te vaak gebaseerd op een theorie die lange tijd geleden ontwikkeld is, maar die inmiddels ook al weer een aantal decennia achterhaald is; de dominantietheorie. Deze theorie gaat uit van de aanname dat honden in een groep leven en hun onderlinge relatie gebaseerd is op rangorde.  De algemeen verbreide opvatting dat honden die agressief gedrag vertonen, hun roedel (honden of mensen) proberen te domineren is NIET op waarheid gebaseerd. Onderstaand artikel is de moeite waard om te lezen:

“Science Daily (25 mei 2009): Nieuw onderzoek laat zien hoe het gedrag van honden al generaties lang verkeerd geïnterpreteerd wordt. Het blijkt zelfs dat het toepassen van onjuiste ideeën over het gedrag en de training van honden eerder ongewenst gedrag oplevert dan het bestrijdt. In het onderzoek wordt sterk getwijfeld aan dominantie-gerelateerde interpretaties van gedrags- en trainingsmethoden waarvan veel hondentrainers uitgaan. 

In tegenstelling tot de algemeen verbreide opvatting proberen honden die agressief gedrag vertonen NIET hun roedel (honden of mensen) te domineren. Dit is vastgesteld in een onderzoek van wetenschappers verbonden aan het departement voor Dierengeneeskunde van de Universiteit van Bristol en gepubliceerd in the Journal of Veterinary Behavior: Clinical Applications and Research*. 

Gedurende zes maanden hebben de onderzoekers honden geobserveerd die vrij met elkaar konden optrekken in een Dogs Trust herplaatsingscentrum. Ook hebben zij de onderzoeksgegevens over wilde honden opnieuw geanalyseerd, voordat ze tot de conclusie kwamen dat honden vooral door ervaring leren hoe ze met elkaar moeten omgaan en NIET door de wens om ’dominant’ te zijn. 

Het onderzoek laat zien dat honden er niet op uit zijn hun plaats in de hiërarchie van het roedel vast te houden, zoals veel hondentrainers beweren. 

De wetenschappers stellen dat trainingen die gericht zijn op ‘dominantie-vermindering’ weinig nut hebben. Sterker nog: de resultaten van dit type trainingen variëren van waardeloos tot in wezen gevaarlijke behandelingen die het gedrag alleen maar zullen verergeren. 

Opdrachten aan eigenaren zoals het eten vlakbij hun hond of als eerste door een deur gaan, beïnvloeden het algemene beeld van de hond over de relatie met zijn baas niet. Het zal ze hooguit leren wat ze kunnen verwachten in dit soort situaties. Maar wat erger is: alle vormen van straf zoals de hond tegen de vloer drukken, zijn kop beetpakken of in de oren knijpen zullen de hond angstig maken, in veel gevallen ook voor hun eigenaren en kunnen leiden tot escalatie van agressie.

Dr. Rachel Casey, professor Huisdierengedrag en Welzijn, aan de universiteit van Bristol, stelt: ’De algemene opvatting dat elke hond gedreven wordt door een of andere aangeboren wens om mensen en andere honden te controleren en domineren, is ronduit belachelijk. Deze aanname onderschat op grove wijze de complexe communicatie- en leermogelijkheden van honden. Bovendien leidt dit tot het gebruik van gehoorzaamheidsmethodes die welzijn beloven, maar in feite probleemgedrag veroorzaken.’

In haar kliniek ziet dr. Casey heel vaak honden die geleerd hebben agressie te tonen om de verwachte straf te ontlopen. Hondeneigenaren zijn vaak ontdaan wanneer uitgelegd wordt dat de hond juist doodsbang voor hén is en agressie toont vanwege de aanpak waarvoor zíj hebben gekozen. Deze aanpak wordt ook nog steeds geadviseerd door gedragstherapeuten en hondentrainers die de zogenaamde dominantie-methode aanhangen.