27 juli 2022

Les 2: groente en kruiden

Groente en kruiden

Groente bevatten de nodige vezelstoffen. Gunstig voor de darmen om de restante ontlasting uit de darm mee te voeren.
Daarnaast zijn de vezelstoffen uit de groente noodzakelijk voor de vorming van een gunstig darmflora.

Wat betreft groente maak je een verdeling tussen bovengrondse en ondergrondse groente zoals biet en wortel.
Ik kies voor ruim 3/4 bovengrondse groente die veel chlorofyl bevatten. Dit omdat chrorofyl sterk ontgiftend is.
Zetmeelhoudende groentes zoals biet en wortel niet met groene groentes geven. Bonen alle soorten kun je beter niet aan de hond geven. Bonen bevatten lectines die met name ongunstig zijn voor het darmslijmvlies.

Groentes kun je het best rauw en fijn gepureerd geven.

Wanneer je beschikt over sapcentrifuge of slowjuicer kun je de hond ook vers geperst sap geven. Maak sap van zoveel mogelijk groene groentes, maar ook brandnetels, paardenbloemblad en verse kruiden als peterselie en balisicum. Geef dit sap ruim voordat je hem de maaltijd geeft.

Vis
Wat betreft vis is het verstandig om alleen koudwatervis te kiezen zoals haring, sardines en makreel. De haring moet ongezouten zijn.
Kweekvis wordt gevoed met meel, leeft in een bassins vol vis, hebben geen mogelijkheid zich te bewegen en hebben veel stress. Daarnaast wordt er vaak preventief antibiotica gebruikt om ziekte te verkomen.

Noten en zaden

Amandelen, paranoten, pecan noten, walnoten, sesamzaad en pompoenpitten ( wormafdrijvend)
Bevatten veel waardevolle stoffen zoals vitamine B, zink, selenium en goede vetten.
Gebruik altijd rauwe en ongezouten noten.
Week de noten mimimaal 6 uur in water en spoel ze daarna goed af voordat je ze aan de hond voert, dit zorgt ervoor dat de enzymremmende stoffen die in noten zitten worden gedood. Je kunt de noten vervolgens malen of pureren.
Macadamianoten en pinda’s zijn giftig voor honden.